Ik ben mij er eentje

“Is het niet saai Hannes, altijd naar het strand? De zee ziet er toch altijd hetzelfde uit en het strand is zand. Zit tussen je tenen, hangt aan je vacht en kriebelt in je ogen. Ben je er nou nooit eens op uit gekeken?”

Eigenlijk niet.

Neem nou vorige week. Baasje en ik kwamen aanrijden bij het strand ’s ochtends vroeg. De halve parkeerplaats was al bezet. Verbaasd keken baasje en ik elkaar aan. Het seizoen is voorbij, het is nog vroeg. We zouden één van de eersten moeten zijn. Maar nee, het was een drukte van jewelste. Een cateringcar voor verse koffie en broodjes stond in de ene hoek. En in de andere hoek paardentrailers met paarden. Bijzonder want dit is een stuk strand waar geen paarden mogen komen. Grote vrachtwagens openden hun deuren. Mannen in het zwarte strakke broeken en nog strakkere zwarte t-shirts trokken grote kabels over het terrein. Hoge statieven werden neergezet en drones stonden startklaar voor de eerste opnames.

“Het is een filmset geworden Hannes. Doe je oren goed en haal die druppel van je neus, want wie weet ben je straks nog in beeld,” fluisterde baasje in mijn oor. Ik trippel op mijn tenen de strandafgang af. Steeds mijn beste beentje voor, want je weet maar nooit. De paarden, die inmiddels op het strand aan het warm lopen zijn, interesseren mij niet zoveel, want mijn oog is gevallen op mijn vriend Binkie. Samen rollenbollen we door de brandig, maar al gauw moeten we weer vast. Overal op het strand staan nu tenten, regisseursstoelen, camera’s en mensen. “Vlug, vlug, mannen. Tijd om het strand te verlaten. Straks zetten ze jullie ook in de make-up en moeten jullie staarten in de krul.”

Ik ben er niet achter gekomen welke film werd opgenomen op het Noordwijkse strand maar wie weet, kom ik ook nog eens op het witte doek…

Vandaag is er geen filmploeg op het strand. Ik loop heerlijk rond met mijn balletje in mijn bakkes. Het is lekker weer en heerlijk rustig. Hier en daar een hondje en hier en daar wat mensen. Zoals ik ben, begroet ik iedereen door even te gaan kijken. Krijg ik aandacht, dan ga ik rennen, springen en dansen. Negeren ze mij, dan negeer ik ze ook, meestal dan. Midden op het strand staat een groepje dames. Hun blik gericht in de verte, hun benen naast elkaar met een metertje afstand onderling. Ik kijk waarheen zij kijken. Komt er misschien een hond? Is er wat te doen? Maar ik zie niets. Mijn nieuwsgierigheid krijgt de overhand en ik loop naar de dames toe. Ze staan nog steeds stil. Type zoutpilaren. Ze verblikken of verblozen niet. Bijzonder. Als ik bij de dames ben aangekomen, tik ik met mijn snuit alle knieën even aan. Niets. Geen reactie, geen gedoe, geen gegiebel. Ze staren nog steeds in de verte. Ik geef de moed op en ga midden in de groep liggen, stil, met mijn bal tussen de poten.

Dan trekken de dames allemaal 1 been op en vouwen hun handen. Hun gezichten nog steeds strak in de plooi. Ha, denk ik, actie. Tijd voor mij om in de benen te komen en wederom tik ik met mijn neus tegen de knieholtes van de dames. Dit keer blijven ze niet staan, want flamingo spelen terwijl een boxer je been ramt, dan moet je van goede huize komen. Het duurt dan ook niet lang of ik heb een volledig groepje dames die krom liggen van het lachen.

En mijn baasje, op afstand, lacht het hardst. “Hannes, je bent mij er eentje”.

Vergelijkbare berichten