De Neus

Voor een hond is de neus het meest belangrijke orgaan. Een meesterwerk van de natuur. De neus is als een vingerafdruk van de hond met een eigen uniek patroon. Ik ben zelf bijzonder trots op mijn dopneus, geflankeerd door zacht witte fluwelen wangetjes zodat hij er extra goed uitspringt. Maar om nou te zeggen dat ik er zuinig op ben… eh nee.
Het gebeurt mij wekelijks dat ik mijn neus en aangezicht stoot tegen één van de vele glazen kantoordeuren. Mooie uitvinding dat glas maar alle leuke mensen zitten erachter en ik, ik zie het verschil niet maar voel het des te meer. De enige mogelijkheid om te zorgen dat ik niet nog een kortere neus krijg dan dat ik al heb, is simpelweg mijn kwijl met strandzand aan de deuren te smeren zodat het matglas wordt.
Mijn neus werk overigens bijzonder goed. Elk plasje wordt besnuffeld en is het van een loops teefje geweest, dan piept het uiterste puntje van mijn tong naar buiten en begint dan vreselijk snel te vibreren. “Hannes,”roept mijn baasje dan, “Hannes, je bent gecastreerd, gedraag je.” maar het heeft geen zin, de geur is zo sterk dat ik mij niet kan inhouden.
Eten en zeker lekkere snackies, ruik ik van verre, hoewel het soms ook het geritsel is van de verpakking wat er voor zorgt dat mijn kwijl gaat lopen uit mijn mond. Er zijn ook geuren die ik liever niet ruik. Uitlaatgassen, gourmetpannen, airfryer en niet te vergeten parfums, deodorant en aftershave. Te sterk, niet lekker en zorgt voor een enorme kriebel in mijn neusgaten. Daarentegen is zweet één van mijn lievelingsgeuren. Hoe zweter hoe beter, zeg ik altijd
Om mijn neus goed te onderhouden steek ik ‘m vaak in andermans zaken. Toen van de week een ikeakastje in elkaar werd gezet, was ik er als de kippen bij om mijn neus in de doos te stoppen want je weet maar nooit wat er tussen al dat verpakkingsmateriaal zit. Mijn baasje noemt het ‘in de weg lopen’ maar ik zeg ‘controleren is altijd beter’. Gaat de koelkast open, dan check ik even of er niets over de datum in staat. Tenslotte moet ik goed voor het baasje zorgen, toch? Ik drentel de hele dag achter baasje aan om zeker te weten dat er niet ergens nog iets eetbaars te vinden is. En verstoppen hoeft niet hoor, ik vind alles.
Toch ging het deze week grandioos mis met mijn neus. Ik speelde heerlijk op het strand met mijn favoriete bal. Dan graaf ik grote gaten en plop mijn bal in de grond. Mijn neus zit dan vol met zand maar dat nies ik er wel weer uit. Van al dat spelen kreeg ik het warm. Gelukkig heeft de natuur daar een oplossing voor en kan ik heerlijk afkoelen in de zee. Zo gezegd, zo gedaan. Met bal en al ben ik in de branding gaan liggen. Nou lig ik meestal met mijn snoet richting het strand dus met mijn kontje richting de zee. Maar deze keer, foutje van mijn kant, glipte de bal weg en dook ik er achter aan. En zo kwam ik met mijn neus richting de golven te liggen. Ik dacht er niet bij na. Mijn hele focus was gericht op de bal. Daar kwam de golf. Zo over mijn koppie heen. Het zoute water drong diep in mijn dopneus. Mijn ogen prikte ervan. Mijn ene hersencel heb ik er direct uitgeproest maar het mocht niet baten. Zeewater klotste achter mijn ogen. Mijn traanbuizen werden schoongespoeld met het zoute zilt.
Het heeft de hele dag geduurd voordat mijn reukvermogen weer op volle sterkte was. Zelfs de kipkluifjes op tafel hadden mijn interesse niet. Mijn snuffelmat heb ik links laten liggen en buiten stonk alles naar vieze zoute drek. De komende tijd blijf ik uit de buurt van de golven en de branding, totdat ik een op maat gemaakt duikbril met snorkel heb gekregen.
