Dierendag

“Hannes, het is bijna dierendag. Heb je nog wensen? Zijn er nog dingen waarmee ik je extra kan verwennen?”
En ik denk.. dierendag? Het is toch elke dag Hannes dag? Ik zou niet weten wat er anders zou moeten. Elke dag krijg ik op tijd mijn natje en droogje. Elke dag loop ik wel ergens los en vrij en elke dag ga ik wel een keer of vier naar buiten. Mijn stappenteller zou compleet op hol slaan als die bij moest houden welke afstand ik per dag afleg. Kusjes? Die zijn niet te tellen. Ik krijg bijna kale plekken op mijn kop van de vele natte zoenen die mijn baasje geeft. Nee, dierendag, laat die maar aan mij voorbij gaan.
En dan is het dierendag. Baasje begint de dag goed door mij uit te laten slapen. Dat gebeurt niet vaak en ik geniet daar enorm van. Ik lig heerlijk in mijn mandje en draai nog een keertje om totdat het echt tijd is om de benen te strekken. Inmiddels is het al half 9. Even rekken en strekken om dan samen met het baasje aan de ochtendwandeling te beginnen. Deze keer lopen we samen rondje Comomeer. Ik ben daar al een tijdje niet meer geweest. In de zomer mag ik daar niet los lopen vanwege de vele vakantiegangers. Het seizoen is nu afgelopen dus ik storm het terrein op. Drie keer om mijn as, kont naar beneden en racen maar door het hoge gras. De sprietjes kriebelen aan mijn gat en daardoor ga ik nog harder rennen. Halverwege het terrein staan wat oudere dames en heren bij elkaar. Ze kijken naar mij vanaf een afstandje. Schudden hun hoofden. Ergens in het hoge gras zullen hun hondjes wel liggen. Gezien de leeftijd van de mensen zullen het wel kleine hondjes zijn.
“Hannes, blijf een beetje in de buurt. Hannes, hou rekening met de leeftijd van deze mensen. Hannes, geen kleine hondjes pletten. Dat vinden de eigenaren nooit zo’n goed idee.”
Maar ja, het is dierendag, dus mijn oren had ik thuis gelaten en ik doe lekker wat ik zelf wil. In één dikke streep ren ik op de oudjes af. In het hoge gras vind ik een Jack Russel. Niet interessant. Een metertje of twee verder kom ik een poedeltje tegen. Ook niet echt leuk. En dan zie ik hem, Kees. Een racemonster, net als ik. Het duurt dan ook niet lang voordat Kees en ik een wedstrijdje hardlopen doen. Kees is kleiner en wendbaarder maar met mijn lange poten maak ik meer snelheid. Ondertussen staan de oudjes op een kluitje. “Ik heb recent mijn heup gebroken. Ik heb vorig jaar op dit zelfde pad mijn elleboog ontwricht. Als die honden ons maar niet omver kegelen want mijn man ligt al in het ziekenhuis dus dat kan ik er echt niet bij hebben.”
Inmiddels hebben Kees en ik het water bereikt. Ik tackel Kees en spring boven op hem. Hoestend en proestend komt hij weer boven en hapt in mijn wangen. Ik plet met mijn borstkas het harige monster en Kees hangt inmiddels aan mijn staart.
De oudjes staan nog steeds bibberend bij elkaar. Baasje heeft een sprintje getrokken richting het water om Kees te redden van een eventuele verdrinkingsdood. Ik schud de algen uit mijn vacht en rol in het mulle zand.
Nee, ik had geen wensen voor dierendag maar deze stoeipartij was wel weer een kadootje. Met een dikke grijns op mijn snoet laat ik Kees achter bij zijn baasje. Straks na het ontbijt trek ik mij weer terug in mijn mandje om nog even na te genieten. En wie weet wat er daarna weer gaat gebeuren.
