De boxer

Elke ochtend voordat ik naar het werk ga, flirt ik even met de bouwvakkers van de overkant. Een heel nieuw huizenblok wordt er gebouwd. De mannen staan voor dag en dauw op de steigers, fluitend, zingend en kletsend. Elke morgen hoor ik opnieuw; “Hé knapperd, ben je er weer!” Ik denk dat ze het toch echt tegen mij hebben en niet tegen mijn baasje 😉
Deze ochtend sta ik door het hek heen te vrijen met een kerel die handen als kolenschoppen heeft. Hij is metselaar en stapelt vakkundig de stenen op om die later om te zetten naar een buitenmuurtje. Zijn handen zijn ruw, vol eelt en kloven. Het maakt mij niets uit, als ze maar over mijn koppie aaien. Ik duw mijn hoofd nog dichter tegen het hek, zodat hij er nog beter bij kan. “Mooie boxer hoor mevrouw, en zo rustig ook,” zegt hij tegen mijn baasje. “Het is nog vroeg, wacht maar als we zo op het strand zijn, dan gaat hij volledig uit zijn panty”. Ik kijk mijn baasje aan… panty… daar ga ik mijn mooie pootjes niet in steken hoor. En ik schurk nog even tegen het gaas. “Zo’n boxer heeft is toch totaal anders dan zijn familie de pitbull”, zegt de bouwvakker. Ik doe spontaan een stap opzij. Pitbull? Gaat hij schelden? En we hadden het net zo gezellig samen. “Nee”, zegt mijn baasje, “boxers zijn niet meer familie van de pitbull dan van een teckel. Dat zijn echt twee verschillende soorten. Ze lijken kwa uiterlijk maar ook niet kwa karakter op elkaar.”
Mmmm, pitbull, ik ben een echte boxer, zo zie ik er uit en zo gedraag ik mij er ook naar. Kijk maar eens naar deze week. Ik zag in de gang op mijn werk mijn favoriete collega’s zitten. Dus ik trok een sprintje richting het kantoor. Even begroeten op z’n boxers dus met vier poten los van de grond, staart in propeller stand en gaan met die banaan. Ik had alleen even niet gezien dat de glazen deur nog dicht zat dus ik knalde met mijn platte bakkes vol tegen de ruit. Zeer onflatteus maar wel des boxers. We hebben niet voor niets dat ingedeukte hoofd gekregen. Toen diezelfde collega’s later in de week ernstig in gesprek waren met elkaar en wel wat morele ondersteuning konden gebruiken ben ik heel rustig bij ze gaan zitten, want als boxer voel ik emoties feilloos aan, lik ik tranen en ben ik de stabiele factor in de kantoortuin. Bij mij kun je immers alles kwijt.
Een ander duidelijk kenmerk van de boxer en dus ook bij mij, zijn mijn ogen. Altijd standje droefenis met hangende oogleden. Even voor de duidelijkheid. Ik ben een blij ei, altijd en overal maar mijn uitdrukking wil mensen nog wel eens in verwarring brengen. Deze week kwam ik in de problemen doordat ik iets te enthousiast op een andere hond dook en na de wilde stoeipartij bleek mijn oog nog iets meer uitgelubberd te zijn dan anders. Auw, foutje. Een ritje dierenarts moest er aan te pas komen om zeker te zijn dat er niets ernstigers was beschadigd dan mijn enorme ego. Flink zalven is de oplossing en dan moet alles weer in orde komen.
Dus nee, ik ben geen pitbull en ook geen bulldog, of een stafford, ik ben een onbehouwen spring in het veld die rondhuppelt als een blij ei met een droevige ogen. Ik ben een op en top boxer met alle kwalen en uiterlijke kenmerken die daarbij horen.

jacq22ueline@gmail.com