Goed, beter, briljant

Het is een jaar geleden dat ik bij mijn nieuwe baasjes ben komen wonen. De tijd vliegt! En in het jaar is er een hoop gebeurd. Er zijn dingen waar ik goed in was en ben gebleven. Er zijn dingen waar ik veel beter in ben geworden en er zijn momenten dan ben ik gewoon rondweg briljant.
Ik was al goed in slapen. Dat deed ik bij mijn vorige baas al en bij mijn huidige baasjes heb ik dat gewoon voortgezet. ‘s avonds na negen uur gaat de knop om. Ik snurk niet, ik blaf niet, ik zucht niet, nee ik slaap. Waar ik ook ben, bij wie ik ook ben. Na 9 uur ‘s avonds zijn mijn batterijen leeg. Leg je mij in de mand met een dekentje over mij heen, dan word ik ‘s ochtends wakker met het dekentje over mij heen. Ik beweeg gewoon niet als ik slaap. Slapen onder het bureau doe ik ook heel goed. Niks op aan te merken. Ik kruip op mijn stretcher, doe mijn ogen dicht en al komen alle collega’s langs, mij niet bellen, ik slaap. Heerlijk.
Waar ik beter in ben geworden het afgelopen jaar is apporteren. Ik wist helemaal niet dat dat bestond. Ik jatte gewoon zaken zoals sloffen, sokken, wanten en mutsen en ging er dan vandoor. Een beste baas die mij dan te pakken kreeg. Tikkertje was echt mijn favoriete spel en ik was nooit de tikker, zullen we maar zeggen. Maar sinds een poosje heb ik ontdek dat als ik iets terug breng, ik er een koekje voor in de plaats krijg en als het speelgoed is, het dan gewoon weer wordt weggegooid zodat ik het nog een keer kan uitruilen voor een koekje. Hoe leuk is dat? Vorige week op het strand heb ik een krab geapporteerd. Parmantig liep ik er mee in mijn bek. In beide mondhoeken bungelde een pootje. Ik bracht het keurig naar mijn baasje maar om één of andere reden moest ik de krab afgeven en mocht ik er niet nog een keer mee rondlopen. Raar hè.
Ik ben inmiddels briljant geworden in mijzelf zijn. Toen ik pas verhuisd was, schoot ik terug in pubergedrag, baldadigheid en oren vol bananen. Ik leek totaal niet op de beschrijving die mijn vorige baasjes hadden gegeven. Inmiddels zijn we een jaar verder en ik ben weer helemaal mijzelf. Vriendelijk, stuiterig en vol met gekkigheid. Ik ben met name briljant in het aan het lachen maken van mijn baasje.
Op het strand lag deze week een dode zeehond. Er zat geen kop of staart meer aan, alleen nog wat vlees, ribben en een stukje huid. Nieuwsgierig als ik ben, ging ik natuurlijk even kijken. “Nee Hannes, bah, vies, foei, mag je niet aan zitten”, riep mijn baasje. De geur van rotting was overweldigend. Ik was niet de enige hond die moeite had om deze viezigheid te weerstaan. Dus het duurde niet lang of mijn baasje, samen met de eigenaar van een andere hond besloten om de zeehond, of wat er nog van over was, te begraven op het strand. Zij schoven met hun schoenen en handen flinke hopen zand over de zeehond heen. Samen met de andere hond was ik aan de andere kant al het zand er weer af aan het graven. Ja, dat is mijn briljante kant.
Deze week kwam ik ook mijn grote vriend Binkie tegen op het strand. Ik zag ‘m al uit de verte en rende op hem af met mijn bal nog in mijn bek. Om hem onstuimige te begroeten, liet ik een seconde mijn bal los. Eventjes maar om Binkie een dikke zoen op zijn kop te geven. Daarna draaide ik mij om om de bal weer te pakken. Weg, foetsie, verdwenen als sneeuw voor de zon. En Binkie ook. Bleek dat mijn beste vriend mijn bal in zijn holle kies had verstopt. Gewoon onder zijn hangwang van zijn bek. En ik heb zeker wel 5 minuten gezocht naar mijn bal. Waar kon dat ding toch zijn? Ik had ‘m toch nog nog bij mij? En terwijl Binkie de bal liet stuiteren voor mijn neus, bleef ik maar zoeken op het strand want in de bek van mijn beste vriend kon mijn bal toch niet zitten? Baas vond mij wederom briljant en lachte mij hardop uit. En ik, ik was gewoon mijzelf, boxer, ten voeten uit.
