Supertrots

Mijn baasje is nooit zo scheutig met complimentjes, in ieder geval niet richting mij. Commando’s geven, daar is ze wel goed in. “Zit. Af. Nee. Kom voor.” Alle variaties krijg ik dagelijks naar mijn hoofd geslingerd. Maar complimentjes, nee, daar is ze niet zo goed in. Natuurlijk krijg ik met regelmaat een aai over mijn koppie of iets lekkers, maar gewoon voluit zeggen “Hannes, je bent geweldig” nee, dat had ik niet eerder gehoord. Terwijl ik wel vind dat ik het gewoon verdien.

Neem nou mijn ochtendwandeling in de duinen. Omdat ik inmiddels de weg kan dromen, ga ik steeds vaker mijn eigen gangetje. Snuffel hier, snuffel daar. Nog even een kijkje bij het ene struikje en dan toch maar weer terug om een andere zandhoop te bestuderen. Ik heb het er maar druk mee. Baasje vindt dat ik moet opletten waar ze heen gaat, maar doordat ik op bekend terrein ben, raak ik steeds vaker en steeds langer uit het zicht.

Baasje fluit dan met haar lippen en klapt met haar handen. Soms, als het haar te lang duurt, dan brult ze mijn naam. Altijd, echt altijd kom ik dan naar haar toe. Oké, het kan eventjes duren, ik sta er niet binnen een seconde, maar ik kom. In plaats van dat baasje dan zegt; “Goed zo Hannes, goed geluisterd,” komt er meestal uit haar mond “Waar kom jij nou vandaan? Wat zie je er weer uit, moddermonster” of haar favoriet “Ik sta hier wortel te schieten, we moeten aan het werk”.

Nee, de complimentenman gaat meestal mijn deur voorbij.

Vrijdag in de kantoortuin, ik loop naar binnen via de zijdeur van de kelder. Mijn tong op mijn knieën vanwege de strandwandeling die er aan vooraf ging. Mijn bek vol zand, kwijl keurig hangend aan mijn wangen. Normaal gesproken schud ik buiten mijn hoofd heen en weer om al het zand van mijn snoet te krijgen maar dat was ik deze keer vergeten en ook baas had niets gezegd. In het keukentje van de kantoortuin staat mijn water- en voerbak op de grond. Keurig op een theedoek want ik wil het water er nog wel eens naast gooien. Dan hoor ik baasje komen met het bekertje vol voer. In een reflex schud ik mijn koppie van links naar rechts. Het zand, kwijl, snot en alles wat er in mijn wangen zit lanceer ik op de glazen deur. En dan komt er weer geen compliment uit mijn baasjes mond. Nee hoor, ze moppert de hele boel weer bij elkaar, terwijl ze met handdoekjes probeert het raam weer schoon te krijgen. Geen compliment over de creatieve verdeling van het snot. Geen compliment over het feit dat mijn snoet er weer stralend uit ziet. Geen enkel compliment over het feit dat ik mijn voerbak daarna brandschoon heb achter gelaten. Het zit er gewoon niet in…

Als het ruim over de lunchpauzetijd heen is, begin ik ‘m een beetje te knijpen. Baasjes schema loopt een beetje uit en ik moet toch echt even naar buiten. Dan zie ik haar komen, snelle pas, jas al over haar arm hangend. “Sorry Hannes, druk, druk, druk. Maar nu gaan we naar boven, richting de uitgang.” Als we de trap oplopen worden we ingehaald door collega’s. “Er is een uitgeleide, ga je mee?” In het verpleeghuis waar ik werk, is er een mooie traditie dat zoveel mogelijk medewerkers zich opstellen bij de uitgang om zo de laatste eer te bewijzen aan een overleden bewoner. Het maakt niet uit welke functie je hebt in huis, als het werk het toelaat, ga je in de haag staan. In stilte komt de kist voorbij. Als de familie het wil, is er een kort dankwoordje of muziek, maar dat hoeft niet.

Ik, Hannes, ben één van de weinige medewerkers die nooit in de haag staat. “Iemand moet toch de kantoortuin bewaken” is het argument van mijn baasje. Maar deze keer stonden we al op de trap en ik moest echt nodig naar buiten. “Dan maar mee” zegt het baasje en zo zit ik even later keurig schuin achter de baas in de erehaag. Ik verblik of verbloos niet. Ik reageer niet op de draaiende wielen van het onderstel van de kist, ook reageer ik niet op de kleinkinderen die door de haag heen lopen. Ik zit, rustig, stilletjes en volledig ontspannen.

Als de kist met familie richting de rouwauto lopen, trek mijn baasje mij omhoog. Ze klemt mijn koppie tussen haar handen en druk een kus op mijn neus. “Hannes, ik zeg het niet vaak genoeg maar wat ben ik supertrots op jou.

Vergelijkbare berichten

  • Promotie!

    “Hannes, mocht je soms behoefte hebben om even rust te nemen, gewoon een pauze tijdens het werk, dat kan hoor, dat mag.” Ik sta in de gang van de kantoorruimtes en ben in gesprek met de directeur. Eens in de zoveel tijd praten we even bij over mijn werkzaamheden als speurhond in het woonzorg centrum….

  • LEO

    Lomp en onbehouwen, afgekort Leo, dat roept mijn baasje vaak. Geen idee wat ze er mee bedoeld. Oké, ik ben misschien wat groot, heb extreem lange poten en een tikkie onbesuisd maar om mij nu LEO te noemen terwijl ik al een prachtige naam heb, is ook wat overdreven toch?? Vorige week liep ik in…

  • Strike a pose

    Mijn baasje is verslaafd aan boxerfilmpjes. Als ze niets te doen heeft, dan floept haar telefoon aan en komen de meest bijzondere foto’s en filmpjes van boxers voorbij. Kijk naar mij, denk ik dan, kijk naar mij. Ik ben toch veel knapper en mooier en slimmer en tja, alles eigenlijk. Vaak kijk ik mee naar…

  • Nou zeg…

    Grote, kleine, dik en dun. Ik kom ze allemaal tegen. Honden, in alle soorten en maten. En hun baasjes natuurlijk. Waar ik een half jaar geleden nog als een oversexte puber op alle honden afdook heb ik inmiddels door dat de meeste viervoeters een zachtere aanpak waarderen. Ik hoef er niet bovenop te klimmen, ik…