Druk zijn met niks

Was het vorige week warm weer en kwam het hitteprotocol uit de kast, deze week was echt niet te harden. Zelfs hier aan de kust tikten we de dertig graden aan. Geen weer voor een boxer.. “Tja, Hannes, op kantoor is er wel airco maar hoe krijgen we je daar zonder dat je door de hitte heen moet? De auto is ‘s ochtends wel te doen maar ‘s middags is het net een rijdend oventje en op de fiets zit je een half uur in de volle zon in het bakkie. Dat is ook geen optie. Ik zie geen andere uitweg dan dat je deze week maar vrijaf neemt en thuis blijft. Heerlijk in de koele woonkamer.”
Ik ga liever mee naar het werk. Daar is altijd wat te doen en te zien en ben ik dicht bij de baas. Aan de andere kant snap ik ook wel, dat dat nu even geen optie is. Dan maar thuis blijven en daar de boel in de gaten houden.
Wat schetst mijn verbazing als mijn baasje ‘s ochtends vroeg (om half 7 al) naast mijn bed staat en mij uit mijn mand jaagt. Als ik thuis moet blijven kan ik toch gewoon uitslapen? Ik hoef nergens heen, toch? Blijkbaar had ik dat niet goed begrepen want ik werd gewoon in de auto gezet om nog voor 7 uur op het strand te zijn voor een wandeling. “Anders wordt het te heet en je moet toch aan je beweging komen, Hannes.” Terwijl ik het slaap nog uit mijn ogen stond te wrijven, bleken ook andere honden zo vroeg al te gaan pootje baden. Het was een drukte van jewelste op het strand. Na een uurtje spelen, lag ik om 8 uur weer in de woonkamer, ontbijt al achter de kiezen en nog druipend van het zeewater. Met een kus op mijn neus nam mijn baasje afscheid. “Tussen de middag kom ik thuis voor een rondje en wat gezelschap. Daarna vertrek ik weer naar mijn werk.” Ik kijk haar aan met een slapend oog. Doe wat je niet laten kunt…
Aan het einde van een lange dag druk zijn met niks, moet ik rond 11 uur ‘s avonds weer een grote ronde lopen. Normaal ga ik om 8 uur al naar bed maar nu sleurt ze mijn weer uit de mand om de dag te eindigen op het strand. Je snapt het al, na een week vroeg eruit en laat er weer in, sta ik op het punt van instorten. De warmte, het vroege opstaan en laat naar bed gaan, het wordt mij allemaal teveel. Dus op zaterdagochtend wil ik niets, helemaal niets. Geen rondje, geen ronde, geen wandeling. Ik wil alleen maar liggen en slapen.
Wat jammer dat dat nou precies de dag is dat de keukenvloer eruit wordt gebikt met een drilboor. De herrie, het lawaai, het gruis en de vuiligheid. Zo kan toch geen enkele boxer tot rust komen. In de tuin kan ik niet liggen want daar hebben ze een blauw zeil neergegooid om zand op te gooien want er moet blijkbaar een gat gegraven worden voor de aanleg van een nieuwe afvoer. In de woonkamer zijn ze bezig met stucloop om de vloer te beschermen en in de schuur hebben ze een keuken gebouwd, dus ja, daar mag in met mijn snufferd niet bij komen anders jat ik het vlees van het aanrecht.
En vandaag, zondagochtend, opnieuw ruim voor 7 uur sta ik op het strand. Ik ben al moe voordat een poot in de zee zet. Met mijn bal in mijn bek sjok ik over het strand. Ondanks het onweer van gisteravond is het al weer broeierig warm. Dan zie ik een prachtig zwart labradorteefje. Ze schudt haar kontje heen en weer. Haar staartje staat fier om hoog. Dikke knipogen komen mijn kant op.
Zal ik? Zal ik? Ik trek een sprintje naar het teefje. Dan plof ik in het zand. Ik geef haar nog net een dikke kus en ga er dan bij liggen. Mijn ene oogje valt al dicht. Voor de vorm graaf ik nog een gat voor mijn balletje. Het is niet veel maar toch. Dan valt ook mijn andere oogje dicht terwijl het teefje dichter tegen mij aan kruipt. Midden op het strand, met een geweldige mooie vriendin naast mij, val ik in slaap.
“Boxers hè,” zegt het baasje van de labrador, die kunnen druk zijn met niks, maar deze doet gewoon niks!”
