Verzopen

“Zal ik je naar huis brengen Hannes?” Vraagt opa door de telefoon. Het is vrijdagmiddag 5 uur. Einde van de werkweek. Het komt met bakken naar beneden en baasje en ik zijn met de fiets. “Je mag ook mijn auto meenemen hoor Hannes”, zegt opa. Opa en oma wonen dicht bij mijn werk. Opa’s auto staat om de hoek. Baasje schudt haar hoofd. “Volgens de buienradar is het over een uurtje droog, we werken gewoon wat langer door en gaan dan met de fiets naar huis.”
Ik steek mijn kop tussen mijn poten en zucht eens diep. Laat het weekend maar beginnen, denk ik bij mijzelf. Grote druppels rollen langs de ramen naar beneden. Baasje houdt angstvallig de buienradar in de gaten. Langzaam tikt de tijd weg. De laptop verdwijnt in de tas, de theeglazen gaan in de afwasmachine. De jas gaat aan. “Hannes, het is bijna 6 uur, laten we het maar proberen.
Het lijkt inderdaad iets minder hard te regenen. Ik ga naast de fiets staan en schudt mijn lijf. Ik hou niet van regen. Niet van een beetje en niet van veel regen. We steken de weg over richting het fietspad. De miezer lijkt er niet minder op te worden. Sterker nog, de druppels worden dikker en dikker. Mijn haren staan recht overeind op mijn rug. Baasje broek is al doorweekt, haar schoenen kleuren donker.
Op de weg vormen zich grote plassen. Er om heen rijden is geen optie meer. De regen komt nu van boven en van onder. Ik voer het tempo op want ik wil nog maar 1 ding en dat is thuis zijn. Stomme buienradar, denk ik nog. Of baasje heeft scheel gekeken of het ding deugt van geen kanten. Ik voel mij als een verzopen katje, mijn oren hangen tot op de grond en mijn wallen onder mijn ogen zijn volgelopen met water.
Als we eindelijk thuis komen, gooit baasje een grote badhanddoek over mij heen. “Eerst even droog wrijven Hannes, anders word je nog ziek” zegt baasje terwijl ze ondertussen het water uit haar schoenen schudt. Binnen een mum van tijd is de handdoek nat maar ben ik nog niet droog achter mijn oren. Baasje staat inmiddels in haar ondergoed naast mij. Mijn brokken laat ik staan, ik heb wel trek maar mijn tanden klapperen van de kou.
“Dan maar je badjas aan Hannes, dan kan je goed opdrogen als je zo gaat slapen. Nou is er één ding waar ik een grotere hekel aan heb dan regen en dat is aangekleed worden met jasjes, dasjes en andere frutsels. Baasje heeft er geen boodschap aan en schuift de badjas over mijn koppie. Ik kruip op mijn stoel.
Ondertussen is het droog buiten, een waterig zonnetje straalt de woonkamer binnen. Die buienradar zat er maar een uurtje naast. Ik voel mij zielig en een beetje ontdaan. Waar is de zomer gebleven? En als ik mij strakjes weer beter voel, ga ik bij opa wonen. Die heeft tenminste een auto.
