Een boxer in de ouderenzorg

“Een boxer in een verzorgingshuis, kan dat wel? Is hij niet te druk voor alle bewoners? Wil hij bij iedereen op schoot? Blaft hij niet de hele boel bij elkaar?” En mijn baasje glimlacht dan.

Want wat is niet mooier dan een hond op visite krijgen als je zelf geen hond meer kunt verzorgen. De liefde voor een dier verdwijnt niet als je ouder wordt. En de liefde voor een boxer, die blijft altijd.

Als ik mee ga naar het werk, loop ik op verschillende momenten van de dag door de gangen van het verzorgingshuis. Keurig naast mijn baasje, de lijn slap hangend in haar hand. Hier en daar word ik begroet en zolang dat rustig gaat, blijf ik ook rustig. Op de begane grond, in de hoek woont een bewoner die erg gek is van honden. Deze meneer, laten we hem Jaap noemen, had zelf herders. Nou zie ik er niet uit als een herder en ik gedraag mij ook niet als een herder maar Jaap vindt dat niet erg. “Goedemorgen” roept Jaap elke ochtend joviaal als ik voorbij stap. “Hoe heet jij ook al weer? Wist je dat ik ook een hond heb gehad? Net zo een als jij maar dan met langer haar. Kijk, ik heb een foto van hem, wil je ‘m zien?” Een paar keer per dag vertelt Jaap hetzelfde verhaal, over zijn herder die hem zo lief was. En dat ik hem aan die herder help herinneren. Gewoon omdat ik een hond ben. Hoe mooi is dat. Soms is mijn functie gewoon er te zijn, dat is al genoeg.

Waar ik ook graag ben is bij opa en oma, de ouders van mijn baasje. Zij hebben vier boxers gehad en weten als geen ander hoe ik in elkaar zit. Als ik op visite ga, zit oma steevast met haar rollator voor haar knieën. “Hannes, je bent een schat, maar die staart van jou doet mij zo zeer, dat ik je graag op afstand bewonder” En ik weet dat, ik voel dat dus ik hoe blij ik ook ben om oma te zien, ik hou mijn afstand en laat haar met rust. Opa daarentegen, die kan iets meer hebben dus daar duw ik graag tegen aan. Maar springen doen ik niet, want zo stabiel staat hij nou ook weer niet op zijn voeten.

Van de week mocht ik een avond alleen op visite bij opa en oma. Baasje moest even weg en ik kon echt niet mee. Na een minuut of tien nestelde ik mij op het kleed voor de bank. Heerlijk in de buurt van de voeten van oma. Opa, die altijd knuffelde met zijn eigen honden, besloot dat het een goed idee was om naast mij op de grond te gaan liggen. Gewoon, om mijn geur te ruiken, met mij te kroelen en te aaien. En aangezien ik niet op de bank mag, moest opa van de bank op de grond. Heerlijk lepeltje lepeltje lagen wij te snoezelen samen. Ik likte zijn neus en hij kriebelde mijn oor. Ik omarmde zijn arm en hij sloeg een been om mijn lijf heen. Eerlijk ouderwets geknuffel, hoe heerlijk is dat. Totdat opa besloot dat het tijd was om een kopje koffie te drinken. En dat kan niet als je op de grond ligt.

Tegen de tijd dat opa een poging deed om op te staan, was zijn koffie al koud, het koekje oud en had oma bijna in haar broek geplast van het lachen, want ja, hoe kom je omhoog als je rug niet meewerkt, je knieën zijn versleten en je nieuwe heupen lang niet meer zo soepel zijn als vroeger. Het mocht de pret niet drukken, een nieuw kopje koffie werd gemaakt terwijl opa op handen en voeten door de kamer kroop om ergens houvast te krijgen om zichzelf omhoog te hijsen. Ik kroop naast hem om mijn natte neus overal in te stoppen waar ik mijn neus maar kon duwen. Erg behulpzaam ook, vond oma.

Nee, een boxer, die past prima bij de iets oudere medemens. Met een boxer heb je altijd iets om over te praten of om mee te lachen. En ik ben natuurlijk de onschuld zelve, dat begrijp je natuurlijk wel.

Vergelijkbare berichten

  • Blij ei

    “Hij is nog jong zeker”. Minstens 1 keer per dag wordt dit aan mijn baasje gevraagd als ze mij voorbij zien stuiven in de duinen. Baasje knikt dan bevestigd, “Heel jong, 4,5 is hij” zegt ze dan met een vette knipoog. “Hannes is in zijn tweede pubertijd en voelt zich daardoor nog heel jong”. Nou…

  • Verwarring

    Commando’s zijn zinnen die mijn baasje roept in de hoop dat ik er naar luister. Zeker als ze dezelfde dingen vaak herhaalt, dan wil ik nog wel eens precies doen wat ze wil. Niet te vaak natuurlijk, anders gaat ze er aan wennen. Maar net genoeg om haar te laten denken dat ik gehoorzaam ben….

  • Kees

    Twee keer per week, soms een keertje meer, maar liever niet minder, sta ik voor zijn deur. Ik weet de weg van mijn huis naar zijn huis feilloos te vinden. Ik loop de route met mijn ogen dicht, evenals mijn drie voorgangers. Ik wandel naar Kees, om samen uit te gaan. Kees en mijn baasje…

  • Liefdesperikelen

    Als de lente komt, dan stuur ik jou, tulpen uit Noordwijkerhout… Ja ja, ze zijn er bijna, de tulpjes. In onze beschutte achtertuin steken de eerste kopjes al door het groen heen. Kleurige bloemblaadjes baden in het zonlicht. De grote bollenvelden staan nog niet in bloei maar narcissen zijn al volop te vinden. Grote gele…

2 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *