Teamsport

Zaterdagochtend. We lopen samen door de bosjes naast het voetbalveld. Ik snuffel heerlijk aan allerlei grassprietjes, baasje snuffelt in een zakdoek. Tussen de bosjes en het voetbalveld ligt een sloot. En op de velden zijn kinderen bezig met de warming up voor een lekker potje voetbal. “Mevrouw, mevrouw, ziet u daar een bal liggen. De kinderen zijn naar het hek gestoven zodra ze mij en baasje zagen wandelen. Baasje kijkt om zich heen. “Nee hoor, geen bal aan deze kant”, roept ze terug. “In de sloot mevrouw, daar ligt íe in.” Baasje zet een stap naar voren en warempel, vlak voor onze voeten drijft een voetbal. Baasje zet haar knie in het natte gras en reikt naar de bal. Ik duw mijn neus in haar oor. Altijd fijn als baasje zich tot mijn niveau verlaagt en terwijl zij met haar vingertoppen de bal uit de sloot werkt, haal ik vakkundig haar oorsmeer uit haar oorschelp. Wat een samenwerking.

Maar nu moet de bal nog terug. Over de sloot en over het hek van een metertje of vier. Baasje zwaait haar arm naar achteren en lanceert de bal. “ohhhh” roepen de kinderen in koor want de bal raakt de bovenkant van het net en stuitert zo weer terug de sloot in. En daar gaat baasje weer. De bal ligt nu iets verder weg naar het midden van de sloot. Eén knie gaat richting de grond. Dat gaat ze nooit redden, denk ik, dus ik geef haar een duwtje in de rug. Ze valt met beiden knieën in het natte gras. Ik zet mijn modderpoten op haar jas. Ze duikelt voorover op de beschoeiing van de slootkant. Haar neus zweeft over het stinkende water. Haar armen graaien naar de bal en ja hoor, ze kruipt weer overeind. De rottende bladeren zitten vastgeplakt aan haar jas en broek. Een vernietigende blik wordt mij toegeworpen. En ik kijk terug. ‘Goede samenwerking, hè baas’.

“U moet schieten mevrouw, dan komt u verder en lukt het u vast om de bal over het hek te krijgen” roept de coach van het team. Baasje kijkt naar beneden. Ik heb haar been klemvast in mijn favoriete sumoworstelaars bankschroefklem. “Dat gaat toch niet” roept baasje naar de coach. “Hoe dan?” Ze schudt met haar been maar ik raak steeds meer opgewonden. “Wat een spel, wat een finesse. Bal in sloot, bal uit sloot, gooien en nu ook schoppen, daar kan je elke boxer mee vermaken hoor’ roep ik naar mijn baasje.

Ze besluit nog een poging te wagen om de bal over het hek te gooien. Ze strekt haar arm naar achteren, ze geeft de bal een zwieper. De bal landt met een mooie boog precies op de bovenkant van het hek. “Ja!” roepen de kinderen, “Nee..” fluistert de coach want de bal stuitert toch weer terug van het hek in de sloot. “Laat maar” zegt de coach. “Ik haal hem wel op naar de wedstrijd. Kom op jongens en meiden, de scheids staat al klaar.”

De kinderen lopen teleurgesteld het veld weer in. “Kom op Hannes, zoek een stok. We vissen die bal nog een keer uit de sloot. Het moet ons toch lukken”, zegt baasje. We struinen de bosjes af. Ik ruk en trek aan elke struik die ik tegen kom. Dan komt baasje uit de bosjes met een lange tak. Met één sprong heb ik het andere uiteinde te pakken. Samen slepen we de tak naar de sloot. Baasje hengelt en haalt de bal weer naar de kant. Ik spring om haar heen. En ja hoor, weer komt de bal uit de sloot. “Nog een keer proberen heeft geen zin Hannes. Ik kan blijkbaar niet hoog genoeg gooien. We zoeken wel een plekje waar het wel gaat lukken. We wandelen samen richting de weg. Aan het einde van het pad, ligt het voetbalveld iets verdiept. Het scheelt een metertje misschien. “Nog één poging Hannes” en het baasje gooit zo hoog als ze kan. De bal vliegt over de omheining het veld op. Een luid gejuich stijgt op uit de kinderkeeltjes. Ik kijk baasje aan. Heb je nou een doelpunt gescoord?

Vergelijkbare berichten

  • Op stap

    Met mooi weer loop ik naast de fiets naar het werk. Gaat prima. Beetje klieren door in de voeten of de fietstas te bijten maar over het algemeen komen we goed en moe aan op het werk. Is het slechter weer, veel wind, regen of heeft baasje haast, dan gaan we met de auto. Vanaf…

  • Promotie!

    “Hannes, mocht je soms behoefte hebben om even rust te nemen, gewoon een pauze tijdens het werk, dat kan hoor, dat mag.” Ik sta in de gang van de kantoorruimtes en ben in gesprek met de directeur. Eens in de zoveel tijd praten we even bij over mijn werkzaamheden als speurhond in het woonzorg centrum….

  • Blij ei

    “Hij is nog jong zeker”. Minstens 1 keer per dag wordt dit aan mijn baasje gevraagd als ze mij voorbij zien stuiven in de duinen. Baasje knikt dan bevestigd, “Heel jong, 4,5 is hij” zegt ze dan met een vette knipoog. “Hannes is in zijn tweede pubertijd en voelt zich daardoor nog heel jong”. Nou…

  • Fietskar

    Zoals jullie weten “moet” ik nogal veel bij mijn nieuwe baasje. Ik “moet” elke dag vroeg op, ik “moet” veel wandelen en elke dag de duinen in. Ik “moet” vier dagen in de week mee naar het werk van baasje (eigenlijk alleen maar omdat ik thuis de boel verbouw, ook al is de grote baas…

2 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *