Laag

Half 8 zaterdagochtend. De wereld is klein, mistflarden hangen laag over het strand. We lijken de enigen die struinen door het mulle zand. Baasje maakt diepe voetafdrukken en ik ben bezig met mijn balletje. “Kom voor” roept het baasje, maar ook in mijn oren zit mist. Ik wil mijn balletje niet afgeven. Ik ben net zo lekker bezig. Baasje roept verschillende keren en ik, ik reageer gewoon niet.
Pas als ik de autosleutels hoor rammelen, leg ik het balletje neer. Dan weet ik dat ze het echt meent. Gooien met de sleutels doet ze niet, maar rammelen heeft hetzelfde effect. Luisteren!
Nu heb ik het balletje neergelegd, maar niet voor haar voeten, nee, in de branding, waardoor het balletje langzaam mee genomen wordt door de zee. Ik kijk het baasje aan. “Pak de bal Hannes” roept ze. Ja ja, denk ik, eerst moet ik het balletje afgeven en dan moet ik ‘m weer ophalen. Ze weet echt niet wat ze wil.
Als de mist langzaam optrekt komen ook andere bezoekers het strand op. In de verte loopt Ruby, mijn boxerlabrador vriendinnetje. Met bal wil ik nog wel eens vervelend doen, dus opnieuw hoor ik “Kom voor” roepen door mijn baasje. Ze wil dat ik mijn balletje inlever zodat ik in alle rust met Ruby kan spelen. Met veel pijn en moeite geef ik eindelijk mijn balletje af. Ruby is tot twee meter genaderd voordat ik haar in de gaten heb. Dan zie ik eindelijk haar en haar baasje. Eerst begroet ik de eigenaar door drie keer vol op zijn gezicht te kussen. Ik spring uit het niets en zeer onverwachts. Dan ram ik Ruby, keer op keer, totdat ze begint te blaffen want blijkbaar kan ze mijn gespring en geduw niet erg waardeer. Dus dan maar weer mijn aandacht op het baasje richten. Ik neem een aanloopje en ik kus wederom Ruby’s baasje vol op zijn neus. “Sorry, sorry, laag Hannes, laag, laag, laag”. Mijn eigen baasje brult inmiddels als een volleerd viswijf. Ik weet van geen ophouden. Ik duw, ik spring, ik ram en box er op los. Dan zegt het baasje van Ruby “ik ga de andere kant maar op want dit is geen doen. Geen idee waar Hannes last van heeft, maar Ruby vindt het overduidelijk niet leuk…”
Als wij doorlopen en Ruby achterlaten, luid blaffend, richt ik mijn energie op mijn eigen baasje want zij heeft tenslotte de bal in haar zak. Nu spring ik tegen de baas, ik hang in haar jas en ram haar tegen haar knieën. Opnieuw brult ze “Laag” met vol volume, maar de mist is in mijn oren getrokken en ik trek mij er niets van aan. Tegen de tijd dat we bij de strand afgang komen, heb ik mijn baasje volledig gemolesteerd. Wat ze ook zei of deed, ik heb het genegeerd. Zelfs het rammelen met de sleutels hadden geen effect op mijn lompe gedrag.
Baasje loopt stug door de strand afgang op. Drie golden retrievers komen ons tegemoet, met daarachter drie dames met grijze lokken. Baasje draait zich om richting mij en brult uit haar tenen; Hannes, LAAG!” want ze had al gezien dat ik aanstalten maakte om ook deze dames te begroeten in al mijn onstuimigheid. “Laag, laag, laag of ik laat je staart couperen tot vlak achter je oren”.
“Ach”, zegt één van de dames tegen mijn baasje “het komt vast goed met je hond” terwijl ze probeert mij van te ontwijken. “Mijn hond heette ook ‘laag’ het eerste jaar van zijn leven.”
Baasje kijkt naar mij, haar hand stevig om mijn halsband heen gevouwen. “Dit ongeleid projectiel heet Hannes en is al 5….”

Och Hannes! Jouw baasje is een held vind ik. En wat ben jij soms ongehoorzaam! Foei!! Je moet nou toch zo langzamerhand weten hoe jij boft met jouw baasje! Dus LUISTEREN als ze wat zegt!