De polonaise

Vrijdagochtend, na mijn eerste strandwandeling van de dag en daarna het ontbijt lig ik nu heerlijk onder het bureau van mijn baasje. Ik bekijk de binnenkant van mijn ogen als ik bruut word wakker gemaakt door stampende muziek. Het is tijd voor de wekelijkse beweegclub. Buiten, aan de andere kant van het raam van het kantoor, staat een buurtsportcoach gekleed in een jaren 80 trainingspak, inclusief roze hoofdband en polsbandjes. Naast hem staat een geluidsinstallatie die de ene na de andere carnavalskraker uitbraakt. Om hem heen staat een groepje dames van een zekere leeftijd. Ze komen trouw elke week, weer of geen weer. De muziek gaat naar standje gehoorschade terwijl de dames allerlei oefeningen doen om lijf en leden soepel en fit te houden. Ik kijk en luister naar deze bonte groep van dames die aangevoerd door de jonge jongen nu in een polonaise over de binnenplaats stappen. Het is de meest wonderbaarlijke polonaise die ik ooit heb gezien. Met rollator en scootmobiel schuifelen de dames in een lange rij over de tegels. Als ik knipper met mijn ogen zijn ze wel zeker een halve meter opgeschoven. Dit is de traagste polonaise die ik ooit gezien heb, maar wat een lol spat er bij de dames van af. Dat wil ik ook.
“Nee Hannes, je kan nu niet naar buiten. Je zou de dames helemaal plat walsen. Het spijt me maar deze polonaise gaat aan jouw neus voorbij. Ik draai mij nog eens om op mijn kleed. Een diepe zucht ontsnapt uit mijn wangen. Ik mag ook niets.
Als ik een half uurtje later mijn baasje naar boven begeleid naar het restaurant, dreunt de muziek nog na in mijn oren. Mijn lijfje schudt en trilt. Ik heb wel zin in een beetje actie. Dan hoor ik mijn naam roepen. “Hannes! Jongen, hoe is het met je? Kom even met mij knuffelen!” In het restaurant zit een bewoner van één van de appartementen. Ik kom hem regelmatig tegen. Met name zijn scoot ruikt heel interessant naar gevallen etensresten. Ik trek een sprintje richting de bewoner. Baasje vliegt achter mij aan en trekt op het laatste moment mijn lange lijf in haar armen. “Nee Hannes, zo wordt er niet begroet.” Terwijl ik op mijn achterpoten staat, klemvast in de armen van mijn baasje, roept de bewoner “Polonaise Hannes? Dan is het wel de bedoeling dat jullie beiden dezelfde kant op gaan.”
De volgende dag kom ik ‘s ochtends vroeg op het strand mijn vriend Binkie tegen. Hij is ook vroeg want de optocht blokkeert straks de toegangswegen in het dorp en dan kunnen amper de deur uit. Hé Binkie, zullen wij samen de polonaise lopen? Ik duw jou en dan mag je mij duwen. En zo stampen we met zijn tweetjes over het strand. Het ziet er niet uit en de muziek mist ook maar we doen een goede poging om de sfeer erin te krijgen.
Thuisgekomen trillen de ramen bijna uit de sponning. De optocht staat 1 straatje verder geparkeerd. Een bonte stoet van verklede dorpsgenoten lopen langs ons huis. Lallend en brallend in de meest zotte kledingcombinaties. “Ga je mee naar de optocht kijken Hannes? Misschien mag je dan samen met de buren een polonaise lopen? Baasje komt aan met een bloemenkrans en een gekleurd shirt. “Je moet je wel verkleden hoor. Anders hoor je er niet bij.”
Ik kijk nog eens naar de waggelende menigte voor het raam. Biertje in de handen, pruik op hun hoofd. Misschien heb ik toch niet zo’n behoefte aan een polonaise dan ik dacht. Ik draai mij om en kruip in mijn mandje. Laat die polonaise maar zitten. Ik doe wel gek in mijn eentje.
