Vrije dag

De definitie van een vrije dag, ik heb het even opgezocht, is als volgt; de dag waarop je niet hoeft te werken of naar school hoeft te gaan. En de betekenis van werk is: fysieke of geestelijke inspanning.
Nou, laat ik jullie vertellen dat mijn baasje hier dus geen bal van snapt.
Ik ga drie dagen in de week mee naar het werk. Dan ben ik daar dus druk met de boel in de gaten houden, te observeren, te controleren en te delegeren. Ben ik allemaal goed in, zonder uitzondering. Eén dag in de week gaat baasje zonder mij naar het werk. Ik heb dan taken thuis te doen, zoals zorgen dat grote baas aan zijn wandelingen toe komt. De tijd in de gaten houden tot het baasje weer thuis is en natuurlijk, als bonus, fotomodel spelen met mijn wandelmaatje tussen de middag. Elke week maakt zij de prachtigste foto’s van mij tussen de bloemen, op het gras, met een mooi uitzicht en met goede belichting. Geen makkelijke taak, zowel niet voor haar als voor mij. Ik kan namelijk niet zo goed stil zitten en zij moet heel veel dingen tegelijk doen. Je snapt dan ook deze dag geen vrije dag is.
Woensdag, ja woensdag is onze officiële vrije dag, van baasje en mij. Dan hoeven we niets. Kunnen we ons terug trekken in de schuur. Beetje kleien, beetje in de tuin zitten, boekje lezen. Dat is de bedoeling van een vrije dag. Vaak komt het er op neer dat er op woensdag het huishouden wordt gedaan. Wasmachine vullen, stofzuigen en de badkamer soppen. Klinkt ook al heel erg als werk maar het is meestal niet een taak wat de hele dag duurt zodat er nog genoeg rustmomenten tussendoor komen.
Maar niet op deze woensdag. Uitslapen… ho maar. Ik werd weer bruut veel te vroeg gewekt. Geen rondje strand zoals gewoonlijk maar gewoon een rondje wijk. Ook leuk maar toch iets minder vrijheid voor mij. En dan, na het eten werd ik een veel te klein autootje gepropt. Op de achterbank nota bene. Ik vroeg nog aan baasje; “waar is onze Tweety gebleven, dat felgele Jeepje wat we altijd rijden?” Ze zei: “uitgeleend aan de jongste, die had een auto met trekhaak nodig. Dus niet zeuren Hannes, hoppetee, het koekblik in en zet je schrap voor een uurtje over de snelweg.”
En daar zat ik dan, tussen de gereedschap koffers en dozen vol electriciteitsdraad. Ik had amper plek om te liggen, laat staan weg te dommelen. Nee, strak rechtop en veel te krap. Na ruim een uur kwamen we aan bij de jongste. Ik trek een sprintje uit de auto en ram de jongste tegen zijn lange lijf. Leuk je weer te zien, tetter ik in zijn oor en lik ondertussen zijn neusharen in het gelid. Ik wurm mij uit zijn armen en dender het huis binnen. De hele vloer ligt bezaaid met potten verf, plastic afdekzeil, plakband, kwasten, rollers en bakjes. Mijn neus draait overuren want de vorige bewoners waren katten liefhebbers dus ik besnuffel elk hoekje en gaatje van dit nieuwe huis.
“Niet lummelen Hannes, aan het werk!” hoor ik baasje roepen. Dus ik kom gelijk in actie. Ik sleep kwast A naar verfemmer B. Roller C breng ik van de keuken naar de kamer. Afplakband zit vast aan mijn hangwangen als ik probeer om de plintjes keurig te voorzien van een antiverflaagje. Al gauw ben ik met de sopdoek in de weer, want ik had niet niet de deksel van de latexverf gezien en ben er dus met beide poten in gaan staan. Even een pijpje afzagen in de bijkeuken? Ik ben er als de kippen bij om aanwijzingen te geven. Als ik niet mijn neus in de afvoer van de wasmachine stop, dan stop ik dezelfde neus wel in het oor van de jongste om instructies te geven hoe hij een ijzerzaagje moet hanteren.
Tjonge jonge, jonge, wat heb ik het druk op mijn vrije dag. Als ik dan ook nog in de tuin ontdek dat er mensen langs de poort lopen die ik niet ken, dan is het feest compleet. Fijntjes laat ik weten dat jongste en zijn vriendin hier nu wonen en dat niemand, ik herhaal, niemand, het in zijn of haar hoofd hoeft te halen om zomaar door het steegje te lopen.
Als we eind van de middag weer terug rijden naar huis, ben ik toe aan een vrije dag, misschien wel twee of drie, want potjandorie, wat was het weer hard werken vandaag.
