Troost

“Kom op Hannes, niet treuzelen, ik ben al laat. Loop nu toch even door.” Ik sta stil bij een struikje bij de parkeerplaats. Gewoon even ruiken, net als ik altijd doe, maar baasje heeft geen tijd. “We zijn laat”, zegt ze. Met een rugzak vol met eten voor een lange kantoordag op haar rug en een laptoptas over haar schouder zet ze stevig de pas erin. “Straks heb je alle tijd om te snuffelen, maar nu even niet.” De riem staat strak als ze mij meesleept naar de hoofdingang. Haar haar wappert alle kanten op, de rits van haar jas is open gegaan. De lange flappen van haar winterjas waaien bijna in mijn ogen als we de automatische deuren bij de hoofdingang passeren. “Goedemorgen allemaal” roept baasje in het voorbijgaan terwijl ze rechtsaf de hoek om vliegt. Ik spits mij oren als ik nog net hoor… “Er is naar je gevraagd Hannes!” Eén van de dames van de receptie roept mij. Ik draai mijn hoofd nog naar achteren maar het mag niet baten. Baasje heeft het niet gehoord. Ze heeft haast.
Als we met zijn tweetjes in stevige pas door de dubbele klapdeuren lopen, passeren we de grote tafel bij de bibliotheek. We slaan weer de hoek om, de gang in van de begane grond appartementen. Terwijl baasje net de deur naar het trappenhuis wil opendoen, hoor ik opnieuw mijn naam roepen; “Hannes, even wachten, we hebben je nodig.” De toon klinkt ernstig, serieus. Nu heeft het baasje het wel gehoord. Ze stopt en draait zich om. Daar staat een collega van de begane grond naast een bewoner. De oudere man heeft zijn handen geklemd om zijn rollator. Ik ken hem. Hij heet Gert.
Gert woont al een poos in het verzorgingshuis. Hij heeft de kamer die het dichtst bij de bibliotheek ligt. Ik loop er elke dag langs als ik naar mijn werkplek ga. Gert is een man vol verhalen. Altijd in voor een praatje. Altijd een grapje en een grolletje. Zijn vriendin woont ook in het huis, twee verdiepingen hoger. Elke dag zijn ze samen. Voor een kop koffie, een drankje en een stukje gezelligheid. Gert heeft een favoriet onderwerp waarover hij praat en dat is zijn hond. Hij had vroeger een herder. In zijn beleving heeft Gert de herder nog steeds. Elke dag kijkt Gert naar zijn herder, op de foto’s in zijn woonkamer en op het schilderij wat hij van zijn hond heeft gemaakt bij de schildersclub. Zijn hond is zijn wereld. En ik, Hannes, mag dan geen herder zijn, maar ik heb wel het formaatje. Dus met regelmaat laat ik mij aaien door Gert. Over mijn koppie, over mijn rug. Dat geeft Gert hetzelfde gevoel als wat hij met zijn herder had.
“Hannes, we hebben je even nodig” zegt de collega. “Kan je even bij Gert komen, want hij is zeer verdrietig. Hij heeft om je gevraagd. Hij hoopte al dat je er zou zijn vandaag.” Baasje laat haar tassen op de grond glijden. Met haar voet schuift ze die naar de zijkant van de gang. “Kom maar Hannes”, zegt ze tegen mij. En ze neemt mijn voorpoten in haar handen zodat ik niet per ongeluk met mijn nagels de huid van Gert open haal.
En zo staan we met zijn viertjes in de gang. De hand van de collega op de rug van Gert. Mijn baasje staat naast mij en houdt mij vast. Ik sta op mijn achterpoten en breng mijn harige wangen richting Gert en Gert zegt niets. Ik lik zijn wangen, ik schuur mijn neus tegen zijn neus. Ik ruik zijn geur en voel zijn verdriet. Ik duik nog dieper in de hals van Gert die mijn geur op snuift. En dan zegt hij tegen mij “Ze is er niet meer.”
Baasje knikt en zegt; “wat verdrietig Gert, gecondoleerd met het verlies van je vriendin.” En ik, ik kruip nog dichter tegen Gert aan en lik het vocht van zijn wang.

Ach….en wat helpt dan beter dan de troostende lik van een dier.
Zo helend kan de knuffel van een huisdier zijn. Niet alles verloopt gladjes in het leven, maar dan is het mooi om aandacht te schenken aan het verdriet lieve Hannes en baasje.
Ze voelen het zo goed aan😍
Ochh , wat verdrietig maar wat fijn dat Gert veel steun aan Lieve Hannes heeft ❤️
Ach lieve Hannes wat goed van jou. Dikke knuffel voor jou xxx