De toerist

Ze zijn er weer. Met bussen worden ze aangevoerd nu de bollenvelden volop in bloei staan. De toerist. Je kan ze niet meer ontwijken. Alle talen vliegen om je oren. Je waant je in het buitenland. Maar ik ben gewoon thuis.

Niet alle toeristen zijn hetzelfde. Zo heb je het ibizatype. Flanerend over de boulevard in gehaakte niemendalletjes, met daarover een creige (creme/beige) lange overjas en lopend op Uggs. Oh ja, ze hebben ook nog lang blond haar en een sjaal die tot op de grond hangt. Als mode accessoire hebben ze een swiffer. Een hondje ter grote van een cavia, zo’n dweiltje aan een lijntje wat in hun Guccitasje past.

Vanochtend op het strand liep zo’n Ibizetypetje met wel twee swiffers aan een lijntje. Ik was heerlijk met mijn bal aan het spelen toen ik ze in de gaten kreeg. Even buurten, dacht ik. Even bijkletsen en kijken of ze nog iets nieuws te vertellen hebben. Ik huppelde met mijn lange poten over het strand richting de swiffers. Geheel onschuldig met mijn staart zwaaiend van links naar rechts. Ik moest nog zeker tien meter afleggen toen swiffer nummer 1 aan zijn tuigje omhoog gehesen werd. De lange jas ging open en het hondje werd naar binnen gehengeld en in de binnenzak van de jas gepropt. Swiffer nummer 2 werd bij kop en kontje opgepakt en in het schoudertasje gezet. En ik dacht… asjemenou! Zo zie ik ze en zo zijn ze weg? Het gilletje van de ibizadame was hoog en hard toen ik op nog geen 5 meter genaderd was. Ik moest toch even uitzoeken waar die swiffers gebleven waren. Dan hoor ik baasje. “Hannes, kom maar, koekies…” en kies ik eieren voor mijn geld en ga rechts om keert. Geef mij maar een stevige labrador om mee te stoeien, van die schoothondjes met gilwijfies, daar kan ik niets mee.

‘s Middags, als het zonnetje doorbreekt, gaan baasje en ik nog even fietsen. Even een rondje Comomeer. Oftewel langs de zandafgraving, een mooie route van zo’n vijf kilometer We zijn net het dorp uit of we beseffen dat dit geen goede keuze was. De tulpenvelden staan volop in bloei, dat betekent dat de ventweg rondom het meertje helemaal vol staat met fietsers, auto’s, wandelaars. De bollentoerist. Met grote telelenzen liggen mensen plat op de straat om het perfecte plaatje te schieten. Deuren van auto’s worden opengegooid om dames met grote strohoeden uit te braken. Ze kijken niet op of om en belanden bijna voor de fiets van baasje en mij. We zigzaggen tussen bakfietsen, electrische steppen en ouderwetse solexen door. Ik ruk en trek aan de lijn. Al die mensen, al die tulpenkijkers. Ik wil iedereen wel begroeten en over elk hyacintje een plasje doen.

Baasjes arm hangt bijna uit de kom als we na een wilde rit weer thuis komen.

“Zullen we in het dorp nog even wat drinken?” vraagt de grote baas. Ik wandel gezellig mee, want ik ben niet moe van het fietsrondje. En daar heb je zo weer, de toerist, dit keer de variant terrastoerist. “Oh, wat een mooie boxer” hoor ik in het Duits, Engels en alles wat er tussen zit. Ik hobbel van tafeltje naar tafeltje en laat mij verwennen met aaitjes en knuffels. Zijn ze erg enthousiast, dan wil ik ook nog wel eventjes een poging doen om op schoot te komen. Ligt er wat lekkers op tafel, dan ben ik ook geïnteresseerd.

Tja, die toeristen, ze zijn er in alle maten. Ze lopen gruwelijk in de weg maar brengen ook geld in het laatje. En voor mij zijn het gewoon mensen die ik kan begroeten in al mijn onstuimigheid.

Vergelijkbare berichten

  • Survival

    Zondagochtend, 8 uur, het regent. Ik draai mij nog een keertje om in de mand. Hou niet van regen. Baasje is zoals gewoonlijk vroeg uit de veren. Er wordt van alles in tassen gegooid. Handdoeken, schoenen en schone kleding, een voerbak, voer, riemen en nog veel meer. Ik ontkom niet aan een vroege ochtendwandeling om…

  • Wat een weer

    Hagelwitte stranden deze week. Maar dan zonder palmbomen en ook niet de bijbehorende temperaturen. Nee, het was koud, guur, winderig en onder nul. Geen weer voor een boxer. Zonder ondervacht is de overgang van de kachel binnen naar min 2 buiten wel heel erg groot. “Een gezonde hond heeft geen jas nodig Hannes”, roept mijn…

  • Thuis

    3 maanden geleden is het pas, dat ik hier kwam wonen. Tijd vliegt, lijkt het wel. We krijgen een ritme, we raken op elkaar ingesteld. “Reken maar op een jaar” zei mijn nieuwe baasje, dan snappen we elkaar, dan kunnen we met elkaar lezen en schrijven.” Dat laatste betwijfel ik zeer want mijn lees- en…

  • Negeren

    “Wat een sulletje is die hond van jou.” Ja, dat werd zomaar tegen mijn baasje gezegd, terwijl ik op mijn werk heel druk bezig was de binnenkant van mijn ogen te bekijken. Mijn baasje schoot in de lach; “Sulletje?” Ja, hij is zo rustig, gewoon een sloom sukkeltje”, zegt de man nog een keer. Dan…

  • Je bent van mij

    Zaterdagochtend, stralend weer met een zonnetje. De fiets staat al buiten als baasje mij roept. “Kom op Hannes, luie donder, tijd om even de benen te strekken.” Met moeite kom ik uit de mand, want ik ben nog steeds geen vroege vogel terwijl mijn baasje altijd voor 8 uur ‘s ochtends al naar buiten gaat….

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *