Servus Hannes

“Servus Hannes, Herzlich Willkommen in Tirol” roept de eigenaar van het pension waar we laat in de middag aan komen rijden. “Servus baasjes van Hannes, welkom en schuif aan bij de picknicktafel en maak kennis met onze andere gasten.”

“Is hij vriendelijk?”vraagt één van de gasten die ook aan tafel zit, wijzend op mij. “Jazeker” zegt mijn baasje, “Je kunt hem wel het beste even negeren want zijn begroeting is nogal stevig”. “Oh, zegt een ander stel, “maar wij hebben boxers gehad, dus laat maar komen”. Baasje koppelt de riem los, ik strek mij uit, kijk naar links, kijk naar rechts en dan torpedeer ik de man die zei dat hij ook boxers heeft gehad. Zonder waarschuwing spring ik op zijn rug, leg mijn lange poten op zijn schouders en duw mijn enorme tong in zijn oor en veeg het natte zweet uit zijn nek. Even gek doen na de lange rit, even de benen strekken en ik ploeg daarna vakkundig het grasveldje om wat naast de picknicktafel is aangelegd. Ik draai zes keer om mijn as, grijp mijn eigen staart en eindig met mijn voorpoten wijd, laag op de grond met mijn kont in de lucht en een diepe lage blaf die uit mijn bekkie komt. “Ik ga Hannes eerst maar eens even uitlaten, voordat hij helemaal door het dolle heen gaat”, mompelt baasje en voordat ik het weet, zit ik weer aan de riem.

Als we even later het appartement verkennen, blijken we één hoog op de hoek te zitten met een ruim balkon van hout en versieringen. Een traditioneel Oostenrijks gebouw. Ik snuif en duw mijn neus door de uitsparingen in het hout. Mijn kwijl, want ik had net gedronken, druppelt naar beneden en komt precies op het hoofd van onze gastheer terecht. Hij wrijft de natte druppels uit met zijn hand en kijkt dan naar boven. “Hannes,” roept hij. “Voel jij je al thuis?” En als antwoord, tuf ik een brokje uit wat ik nog in mijn wangzak had verstopt. Het rolt over de houten vloer, verdwijnt in de spleet en valt naar beneden, rakelings langs de schouder van…

Het eten blijkt deze week wel uitdagend te zijn. Normaal gesproken ontbijt ik na mijn eerste uitlaatronde. Nu laat ik mijn eten staan. De eerste ronde is klein, want de rest van de dag verwachten mijn baasje dat ik een soort van klimgeit ga worden. Dus ontbijten, ehh nee.. en als ik wel ontbijt komt dat er in de loop van de ochtend weer naar buiten als ik voor de verandering weer eens in een koud bergmeertje duik. Ik verras mijzelf door zelfs te zwemmen in zo’n meertje. Ik loop, spring, schuifel elk bergpaadje op wat ik tegen kom. Ik loop langs kliffen en kloven, bruggetje op en bruggetje af. Aan het begin van de dag mijn baasje meetrekkend naar boven. Aan het einde van de dag, schuifel ik helemaal achteraan en moeten de baasjes op mij wachten. Mijn ontbijt eet ik met lunchtijd, mijn lunch eet ik bij het avondeten en ‘s avonds, als ik er al een paar uurtjes slaap op heb zitten, krijg ik nog een late night snack.

De temperaturen zijn onverwachts hoog. Met uitzicht op sneeuw is het in het dal waar we zitten ruim 27 graden. Te warm voor een boxer. Dus de wandelingen zijn ‘s ochtends vroeg en aan het eind van de dag. Op de dag zelf houden we siësta. Gisteren ging even het lichtje bij mij uit. Het was half 5, eind van de middag. “Kom op Hannes, we gaan een ruïne bezichtigen. Niet ver hier vandaan.” Het bleek een uur klimmen te zijn. Mijn tong hing op mijn hielen, mijn baasjes hoofd was zo rood dat het leek uit elkaar te ploffen. Geen bergmeer te bekennen dus om de haverklap een tussenstop om mijn waterbakje te vullen. Boven op de berg aangekomen was het uitzicht mooi, de ruïne een berg stenen en de weg naar beneden lang en steil. Gelukkig bleek er een gondeltje te zijn. Zonder blikken of blozen werd ik in het glazen bakkie gezet en hup, daar storten we de berg weer af. In de achterbak van de auto viell ik al in slaap. Als we tien minuten later bij ons appartement aankomen, doe ik één oog open en gelijk daarna weer dicht. Laat mij maar in de auto liggen, baasje, want die trap op naar mijn mand, dat red ik niet meer.

Vergelijkbare berichten