De fiets

“Natuurlijk mag je de auto lenen. Eén week, oh toch liever twee weken. Is prima hoor, kom maar halen”. Aan de telefoon is baasje en haar jongste pup. Jongste heeft geen eigen auto en wil graag Tweety lenen, het gele wagentje waar baasje en ik het hele land mee rond toeren.

Allemaal leuk en wel, mopper ik naar het baasje, maar hoe komen we dan op het werk als er geen auto bij ons huis staat. Ik kijk mijn baasje aan als ze de telefoon heeft neergelegd. “Fietsen, Hannes, gewoon fietsen. Het is prachtig weer de komende tijd, dus ik zie geen problemen. We fietsen toch wel vaker?”

Tja, één keer naast de fiets rennen per week, is dan ook geen probleem. Twee keer naast de fiets richting werk, vind ik wel wat veel maar drie keer in dezelfde week naast de fiets, dat kan toch echt niet. Ik begraaf mijn kop in mijn kussen en hoop dat jongste pup zich toch bedenkt.

Maandagochtend half 8, baasje zet de fiets buiten en koppelt de kar er achter. “Kom op Hannes, het is tijd om te vertrekken. En nee, we gaan niet met de auto want die wordt straks opgehaald. Met een schuin oog kijk ik naar de fietskar die , zoals gewoonlijk, voor de sier aan de fiets wordt vastgemaakt. Zelden mag ik er in. “Alleen voor nood, Hannes, alleen voor nood”. Dus in een sukkeldrafje stap ik voorwaarts. Mijn humeur is al in mijn linkerteen gezakt.

Op het werk aangekomen pieker ik mij suf. Hoe kan ik er nu voor zorgen dat ik niet alle werkdagen de klos ben? Aan het einde van de dag heb ik nog geen oplossing, dus er zit niets anders op dan weer naast de fiets te gaan staan en dezelfde route weer terug te lopen. We zijn nog geen twee meter verder als baasje af stapt. Hoopvol kijk ik haar aan; “mag ik in de kar?” Baasje loopt om de fiets heen, voelt aan de band, zucht en zegt; “Hannes, wat een pech, lekke band. Hoe komen we nu thuis zonder anderhalf uur te lopen?” En ik denk… voorzienigheid.

De oplossing wordt gevonden in de auto van opa en prinsheerlijk zit ik in de achterbak. Met een brede grijns op mijn snoet.

Dinsdag is mijn thuiswerkdag, dus baasje gaat met opa’s auto terug naar het werk en ik draai mij nog een keer om in de mand. Op het werk in de lunchpauze haalt baasje de plakspullen te voorschijn en haalt de achterband, zo goed en zo kwaad van de fiets. Helaas, de band is al zo vaak gemaakt dat ‘ie nu niet meer te redden is. Een collega brengt baasje met fiets thuis.

Op woensdag bindt baasje een plankje met vier wielen onder de achterkant van de fiets. De fietsenmaker glimlacht bij het zien van de constructie. “Een hondje onder de fiets. Goeie oplossing” grinnikt hij. “Kom hem over twee uur maar halen.”

Dus twee uur later staan baasje en ik bij de fietsenmaker. Veel te snel naar mijn zin, want hoe langer de fiets niet fietst, hoe meer kans dat we op een andere manier naar het werk gaan. “Oh”, zegt hij, “een echt hondje. Of zeg maar gerust hond. Laat maar los hoor. We zijn wel wat gewend in de werkplaats.” Ik laat mij dat geen twee keer vertellen. Met een sprintje ren ik de werkplaats door. Ik begroet de medewerkers onstuimig. Hier een kus, daar een duw. Dan zie ik een schroevendraaier op de grond liggen. Zal ik, durf ik? Ik pak de schroevendraaier op en ren richting de fiets, want met een beetje mazzel, kan ik de schroevendraaier ergens tussen steken en ….

Helaas was baasje sneller. “HANNES! FOEI!!

De andere dagen heb ik braaf naast de fiets gelopen…

Vergelijkbare berichten

  • LEO

    Lomp en onbehouwen, afgekort Leo, dat roept mijn baasje vaak. Geen idee wat ze er mee bedoeld. Oké, ik ben misschien wat groot, heb extreem lange poten en een tikkie onbesuisd maar om mij nu LEO te noemen terwijl ik al een prachtige naam heb, is ook wat overdreven toch?? Vorige week liep ik in…

  • Verzopen

    “Zal ik je naar huis brengen Hannes?” Vraagt opa door de telefoon. Het is vrijdagmiddag 5 uur. Einde van de werkweek. Het komt met bakken naar beneden en baasje en ik zijn met de fiets. “Je mag ook mijn auto meenemen hoor Hannes”, zegt opa. Opa en oma wonen dicht bij mijn werk. Opa’s auto…

  • Fryslân boppe

    Het is vakantietijd, dus het moment om samen er op uit te trekken, baasje en ik. Zondagochtend 7.00 uur, de dag start met een vroege wandeling door het buitengebied en bij thuiskomst wordt de rugzak volgepropt. Een lunchbakje, een bakje met avondeten, mijn favoriete bal natuurlijk maar ook een knuffel, koekjes, een voerbak en een…

  • Zwaartekracht

    Mijn baasje heeft last van zwaartekracht, zegt ze. “Ja Hannes, alles gaat hangen, behalve mijn tandvlees, dat kruipt omhoog.” Ze staat dan voor de spiegel te draaien en zwaait met haar kipfiletjes die onder haar armen hangen. Ook de potloodtest voor haar sinaasappeltjes doorstaat ze niet meer. “Het mooie is er af, Hannes. En wacht…

  • Feestdagen

    Ik had mij er zo op verheugd, de feestdagen. Heerlijk eten, familie over de vloer en lange dagen niets doen en luieren. Maar ja, het liep net even anders. Baasje had de dagen voor kerst al vrij. Dus we slenterden in alle vroegte over het strand. Genietend van de rust en de stilte voordat de…