Liefdesperikelen

Als de lente komt, dan stuur ik jou, tulpen uit Noordwijkerhout… Ja ja, ze zijn er bijna, de tulpjes. In onze beschutte achtertuin steken de eerste kopjes al door het groen heen. Kleurige bloemblaadjes baden in het zonlicht. De grote bollenvelden staan nog niet in bloei maar narcissen zijn al volop te vinden. Grote gele velden en in bijna alle bermen bloeien de narcissen volop. Het teken van de lente en de liefde.

Was ik vorige week al onstuimig omdat ik de lente voelde kriebelen, deze week was het niet veel beter. Dus baasje nam mij al vroeg mee het strand op. “Lekker uitwaaien Hannes. Is goed voor je,” zei ze. Dus we liepen heerlijk vroeg te dwalen over het strand. Toen het tijd was om terug te gaan, zag ik haar, liggend in het zand. De zon scheen op haar koperkleurige vachtje. Haar witte befje piepte net boven het zand uit. Haar zwarte dopneus glanzend. Ruby, de labrabox of boxador. Mooie, prachtig en temperamentvol. Ze keek naar mij, ik zwijmelde weg in haar donkere ogen. Oh Ruby….

Ik had alleen oog voor haar, de kriebels in mijn buik zorgde ervoor dat ik huppelend over het strand sprong, naar haar, naar de liefde van mijn leven. Of in ieder geval, de liefde voor nu. Ik was nog een metertje verwijderd als Ruby opspringt en al blaffend op mij af rent. Niet dat subtiele geluidje maar gewoon een alarm. En na het blaffen kwam een grom. Niet één, niet twee maar meerdere keren. Elke poging van mij om dichterbij te komen, werd beantwoord met gedoe, lawaai en heel veel herrie. “Sorry Hannes, we lopen door. Ruby heeft geen zin vandaag. De liefde is een beetje over.” Mijn baasje aait mij over mijn koppie. “Ze wil niet, Hannes, en dat laat ze duidelijk merken.

Ik sjok met mijn schouders laag hangend over het strand. Ruby wil niet met mij spelen, mijn boxervriendinnetje Mila is verhuisd naar Limburg. Hoe moet ik de lente vieren? Wie wil er nu verkering met mij?

En dan komt Binkie om de hoek. Mijn vriend, mijn bulldozer, mijn maatje in het kwadraat. Spontaan ben ik Ruby vergeten, is Mila even uit mijn gedachten verdwenen. We stoeien, duwen en kussen elkaar, zoals alleen echte vrienden kunnen doen. We slaan elkaar op de schouders en schoffelen de poten onder de lijven uit. Geen gegrom, geen lawaai alleen kwijl tot op onze tenen.

“Tijd voor een bakkie?” De baas van Binkie kijkt naar mijn baasje. “Strandtent is al open, het zonnetje schijnt en onze honden zullen ook wel even willen uitrusten.” Als iedereen zit, duik ik onder de stoel van de baas want aan de andere kant ligt Bink. Ook al heb ik al een uurtje gestoeid op het strand, ik ben nog niet klaar. Mijn poot knalt op zijn neus. Hij trekt zijn bek open en knaagt aan mijn wang. Ik rol op mijn rug en geef mij over. Binkie probeert de tafel met koffie en al op zijn rug te nemen om dichterbij te komen. Ik rek mij uit en plant mijn poten in de knieholtes van mijn baas. De thee in haar handen wiebelt bijna het kopje uit. Dan zet ik mij nog krachtiger af. De stoel schuift naar achteren. Binkie doet nog een poging om met tafel en al bovenop mij te duiken.

Inmiddels zit baasje klem met de riem rond haar enkels, de thee klotst over het glas heen. De baas van Binkie probeert uit alle macht de tafel met daarop zijn koffie in balans te houden. “Mannen toch,” roept baasje “hou jullie gedeisd. Gedraag jullie. Liefde is iets moois, iets kleins, subtiels, geen groot gedonder op het terras in het zonnetje. Straks liggen we allemaal gestrekt.”

Het afscheid van Binkie was net zo onstuimig. Ja, de liefde hangt in de lucht, niet tussen mij en mijn vriendinnen maar gewoon tussen mij en mijn beste vriend. Hoe mooi is dat.

Vergelijkbare berichten

  • Winterpret

    Tien voor vijf, zaterdagmiddag. Net voor sluitingstijd schieten we samen de dierenwinkel in, baasje en ik. “Kom op Hannes, niet treuzelen bij de snackies, we moeten nog even een winterjas voor je scoren.” Nou is baasje nooit zo van de jassen geweest maar de hagel deze week gecombineerd met de koude wind en mijn toch…

  • Ingeburgerd

    Wanneer ben je nou ingeburgerd in je nieuwe woonplaats, vroeg ik mij laatst af. Als je de weg een beetje kent? In het begin liep ik steevast mijn nieuwe huisje voorbij. Geen idee waar ik terecht gekomen was en of ik hier voor altijd zou blijven. Intussen herken ik het geluid van de poort, weet…

  • Survival

    Zondagochtend, 8 uur, het regent. Ik draai mij nog een keertje om in de mand. Hou niet van regen. Baasje is zoals gewoonlijk vroeg uit de veren. Er wordt van alles in tassen gegooid. Handdoeken, schoenen en schone kleding, een voerbak, voer, riemen en nog veel meer. Ik ontkom niet aan een vroege ochtendwandeling om…

  • Bedrijfskleding

    “Ach Hannes, dit kan zo niet langer. Je bent al drie kwart jaar onderdeel van ons verzorgingshuis maar je hebt nog steeds geen bedrijfskleding gekregen. Schandalig. Hoe moeten we nu zien dat jij onze hulphond bent, tussen al die honden van bezoekers en vrijwilligers? Een naambordje opspelden is ook zo wat op je blote velletje.”…

3 reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *